Het Cotopaxi-avontuur

Maandag 14 december

Donderdag was het zover: de start van ons grote Cotopaxi-avontuur. Ik heb naar Mira haar wijze woorden geluisterd: ‘ik moet dringend ergens een berg gaan beklimmen’, en bij deze was de nabijheid van zowel de hoogste actieve vulkaan ter wereld als Evelien haar papa, alias berggeit, dé kans om dat eens te verwezenlijken.

Misschien een beetje achtergrondinformatie. De Cotopaxi is niet de hoogste berg van Ecuador (dat is de Chimborazo), maar wel zoals gezegd de hoogste actieve vulkaan ter wereld. En met zijn 5987m is hij ook een pak hoger dan de bergjes die je in Europa aantreft. Er ligt eeuwige sneeuw vanaf ongeveer 4800m, en daar ligt ook de laatste berghut van waaruit je de (technisch behoorlijk moeilijke) trip begint.

Dus, donderdag. Evelien haar papa was (samen met de sint :-)) woensdagavond uit het koude Belgenlandje aangekomen. Terwijl wij de donderdag nog braaf gingen werken, kon hij nog wat jetlag wegslapen. ’s Avonds vertrokken we dan naar Quito (kwestie van nog een nacht op tussenhoogte te slapen), om vrijdag opgehaald te worden door onze berggids, Ivo. Meteen werd Evelien haar papa met de Ecuadoriaanse realiteit geconfronteerd: ook al was alles ‘geregeld’ op voorhand, toch kwam Ivo uit de lucht gevallen dat wij nog hopen materiaal nodig hadden (wij gingen 3 maand leven op de evenaar, dan denk je niet direct aan kledij en dergelijke voor de vrieskou). In de haast werden er nog op 3 verschillende plaatsen schoenen, piquetten, krampons, harnassen, warme slaapzakken en dergelijke bijeen gezocht, en konden we vertrekken richting 4500m. Daar werd de auto achtergelaten, en met zware rugzak (kledij, klimuitrusting en eten) moesten we de laatste 300m tot de hut klimmen. 300m klimmen lijkt een makkie, maar met zo’n gewicht aan je rug en een pak minder zuurstof in de lucht, was dat geen evidentie. In de hut aangekomen moest ik (en ik niet alleen) toch eens flink naar adem snakken. En voor de mensen die zitten te bevriezen in ons thuisland: op 4800m is het ook behoorlijk koud, en daar was geen verwarming aanwezig. 😉

’s Avonds maakte onze gids dan een echte Ecuadoriaanse ‘sopa’ voor ons (we hadden geluk, het was een goede kok), maar de miserie was toen al begonnen. Niemand had honger, en de meeste waren zelfs behoorlijk misselijk. Daarnaast stond mijn hoofd zowat op springen, zo erg dat heel mijn coördinatiecentrum leek uit te vallen en ik niet meer wist wat boven en onder was. Ja, de beruchte hoogteziekte had toegeslagen, aangezien wij op minder dan 24u van zeeniveau (Guayaquil) naar 4800m waren gestegen. En ik moet zeggen dat het erger voelt dan dat het klinkt in de boekjes.
Ivo verzekerde ons dat het de volgende dag wel beter ging zijn, dus kropen wij maar vroeg in ons bed (ach, matje op een plank is een betere omschrijving) in de hoop dat het de nacht raad zou brengen. Alleen is slapen op zo’n hoogte ook al niet evident, en in plaats van beter, was het de volgende dag bij zowel Jolein als ik zo mogelijk nóg erger. De 2 happen brood en 3 lepels soep die ik de vorige avond naar binnen had gewrongen, lagen snel op de vloer van de berghut, en de gids besloot dat we de tocht niet zouden mogen beginnen.
Verslagenheid alom, want niet boven geraken was één ding, het niet mogen proberen een ander. Het voorstel was om met mij zo snel mogelijk terug te dalen (hoogteziekte zou dan spectaculair beteren), en dat enkel Evelien haar papa de tocht zou mogen beginnen. Maar zoals gezegd is een berg beklimmen 50% doorzettingsvermogen. We waren nu zo ver, en wilden minstens de klimoefeningen proberen die die dag op het programma stonden. Met wat meer zuurstof in ons hoofd door de inspanningen, bleek ’s avonds het ergste leed geleden, en de gids toch overtuigd. We kregen uiteindelijk groen licht om die nacht naar toch de top te vertrekken. (al een overwinning op zich :-))

De nacht van zaterdag op zondag werden we dan om 23u30 gewekt, en na een (voor ons toch nog steeds miniem) ‘ontbijt’ en ons in ons harnas en andere klimuitrusting gehesen te hebben, waren we klaar voor de tocht. Met een lampje op ons hoofd (want ja, ’t is donker midden in de nacht, eh. Maar de sneeuwomstandigheden zijn dan beter om te klimmen.) gingen we in stoet de berg op. (het was druk die nacht op de berg, allemaal lichtjes op weg naar de top) Na 200m klimmen kwamen we in de sneeuw in plaats van grind terecht, werden de krampons tevoorschijn getoverd en werd een touw tussen ons ingespannen. Iemand stiekem van de berg duwen lukte vanaf dan dus niet meer. 😉
Om 4u en op 5150 m hadden we de start van de gletsjer bereikt, was iedereen bedekt door een laag ijs en schoot de hoogteziekte in Evelien (die zich bij haar tot nu toe behoorlijk rustig had gehouden) wakker. Zij moest dus terug naar beneden. Aangezien we vrij traag gestart waren, en dus waarschijnlijk toch niet genoeg tijd hadden om nog op de top te geraken, besloot Jolein uit voorzorg (ze voelde zich ook niet meer op-en-top) Evelien en haar papa naar beneden te vergezellen.

Ik bleef over met Ivo, om te zien hoe ver ik nog zou geraken. Hij schakelde een versnellingske hoger, en in de losse sneeuw werd het pas echt zwaar. De helling was enorm stijl, en bij elke stap die ik zette, schoof ik bijna evenveel centimeters terug naar beneden. Er is op die hoogte maar iets van een 50% zuurstof meer in de lucht, dus je moet het met de helft zien te rooien. Het weer was ook niet ideaal. Veel mist, heel koud en véél wind, waardoor het nóg lastiger werd om je recht te houden op de berg. We kwamen ondertussen al enkele groepen tegen die ook al besloten hadden terug te keren. (er moeten die nacht niet zoveel mensen de top bereikt hebben, ondanks het feit dat er veel vertrokken waren.) Op dat moment hoor je enkel nog je eigen ademhaling, en kan je enkel denken: nog een stapje. Elk stapje geef je een reden, elk stapje brengt je dichter bij die top.
Om 6u, op 5600m, terwijl ik voor een 4e keer aan het sterven was, de zon tussen de mist opkwam en met de het laatste zware stuk voor de top in zicht, besloten Ivo en ik om er ook een punt achter te zetten. Er restte ons, ondanks het hoger tempo, toch niet genoeg tijd om de top nog te halen, en er zat echt niks van kracht meer in mijn benen. Daarnaast moest ik ook nog heelhuids beneden geraken (wat nog zwaarder was dan verwacht), dus na een korte pauze waarin hij me verplichtte wat te eten, begon ik ook aan de afdaling. Ik was stikkapot, maar het was er wel adembenemend mooi.

Toen ik om 7u30 terug in de hut aankwam, lagen de andere 3 al even in hun slaapzak in een poging het warm te krijgen. (Ook al wist Evelien niet precies meer hoe ze daar geraakt was). We besloten dan maar snel op te ruimen en de tocht naar beneden aan te vatten. Die 300m dalen tot de auto waren nog een extra nachtmerrie waar ik niet echt op gerekend had. Maar soit, we zijn toch terug in de auto geraakt en tot Quito, waar we ons eindelijk eens deftig konden douchen en andere kleren konden aandoen (denk maar niet dat je je omkleedt als het onder 0°C is), terwijl ik nog eens uitdrukkelijk kennis nam van alle spieren aanwezig in mijn lichaam … 😉

Om 22u30, terug in Guayaquil en 23u wakker, kroop ik eindelijk in mijn bedje. De top hebben we niet bereikt (we proberen later de Mont Blanc nog wel es, die is minder hoog ;-)), maar die berg heb ik dan toch beklommen (volgens Ivo was het al knap om als beginneling tot 5600m te geraken) en het was een unieke ervaring.

Advertenties

~ door wijwordeneenbeetjemeerdokterinecuador op 15/12/2009.

4 Reacties to “Het Cotopaxi-avontuur”

  1. Super! Gaan we es samen, zus? Ben er zowaar stil van…
    Knuffel!

  2. Ruth, je hebt het meer dan uitstekend gedaan. Je bent een echt doorzettertje. Vergeet echter nooit dat je pas halfweg bent op het moment dat je aan de afdaling begint.

    De Mont Blanc moet je zeker eens doen. Hij is uiteraard minder hoog dan de Cotopaxi maar er zijn een paar stukken bij die technisch iets moeilijker zijn.

  3. mooi avontuur, flinke doorzetter. Hopelijk zijn je spieren ondertussen tot normale proporties teruggebracht en voel je niet meer hoeveel je er hebt.
    die koude en sneeuw kunnen we ons ondertussen ook een beetje voorstellen: er ligt hier toch wel een pakje sneeuw en zelfs overdag blijft het vriezen (en inderdaad, in zo een temperatuur sta je niet te springen om je om te kleden). Jij kan nu in Guayaquil lekker ontdooien, wij blijven met bevroren neusjes rondlopen, maar genieten ook wel heel erg van de sneeuw.
    we zullen ze proberen bewaren tot jij terugbent.
    bukken! een sneeuwbal!

  4. Vrolijk kerstfeest!
    En sorry Ruth, maar daarstraks hoorde ik op het nieuws dat het vanavond/vannacht terug gaat sneeuwen.
    Zal een sneeuwengel voor je maken!
    Vier goed!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: