Zoals beloofd …

•23/01/2010 • Geef een reactie

Beter laat dan nooit, zoals beloofd nog enkele foto’s van de jungle en Hospital Roberto Gilbert. Geniet ervan zoals wij ervan genoten hebben !

Dank u aan al onze trouwe lezers en al onze iets-minder-trouwe-maar-toch-lezers … 🙂

Hakuna Matata !

•07/01/2010 • 2 reacties

Donderdag 7 januari

Ieperdepiep,

Waarschijnlijk onze laatste blogpost vanuit het verre Ecuador. Misschien dat we nadien nog wel een poging doen om onze aanpassing in België neer te pennen en nog wat jungle-foto’s te uploaden, maar dit zal de laatste echte post zijn.

Om te beginnen waar we vorige keer geëindigd waren: feest. 🙂 Van het kerstfeest naar het nieuwjaarsfeest. Wederom waren we bij Martha uitgenodigd om Nieuwjaar in Ecuadoriaanse stijl te vieren. (al had ze wel een overheerlijke bijna-Belgische chocoladetaart gemaakt, mjamie !) Wat is er zo typisch aan Nieuwjaar in Ecuador ? Wel, ze hebben hier de gewoonte om ten eerste heel de avond door vuurwerk af te steken, wat af en toe tot sprongetjes van het verschieten van onze kant leidde. En het meest typische hier is dat ze om middernacht massaal zelfgemaakte poppen van papier-maché in brand steken. Die poppen beelden dan bekende figuurtjes uit, of personen die in hun ogen iets slechts gedaan hebben. (een beetje vergelijkbaar met carnaval bij ons) Niet toevallig was president Correa een zeer populair figuurtje dit jaar. Ook Abraham (de zoon van Martha) had een Correa-pop gemaakt, waar je je dan eerst eens goed op mocht uitleven voor hem in brand te steken. In elke straat om de 200m een stapel poppen met daarin nog wat knallend vuurwerk … het was best indrukwekkend. Anderzijds waren we ook blij dat dit in Europa niet mogelijk is, want wat en hoe de mensen het deden, was eigenlijk levensgevaarlijk.
Na het ‘familiefeest’ zou – zoals het ook op veel plaatsen in België de gewoonte is – een ‘vriendenfeestje’ volgen. Maar het is tegenwoordig in Guayaquil zo moeilijk om een veilige taxi vast te krijgen, dat het met Nieuwjaar volledig onmogelijk bleek. We hielden dan maar zelf een kort feestje in de garage, waar we de locals verbaasden met onze ‘typisch Belgische’ jeugdbewegingsdansjes. (het nadoen van onder andere de Macarena was nog minder gemakkelijk dan ze dachten)

Na zo goed als niets geslapen te hebben (fuivende en karaoke’ende buren langs 3 kanten), moesten we de volgende ochtend vroeg op om ons vliegtuig richting Quito te halen, vanwaar we ons jungle-avontuur zouden beginnen ! 1 januari was voornamelijk een reisdag, want na het vliegtuig moesten we nog 6u ‘bussen’ tot Tena, waar we een nachtje sliepen om de volgende ochtend het laatste stukje tot de Hakuna Matata Lodge af te leggen. Onze jungle-trip was geboekt via een reisbureau uit Cuenca, maar als bij toeval werd de Lodge uitgebaat door 2 Belgen uit Knokke ! ‘Where are you from ?’ ‘Belgium.’ ‘Ah, dan kunnen we Nederlands spreken.’ (al gaat dat Nederlands spreken bij Evelien zo vlot niet meer. De familie weze bij deze gewaarschuwd: er komt nogal wat Nederlandse onzin uit haar mond de laatste tijd. Misschien gaat converseren in het Spaans wel vlotter gaan. :-))
We waren ongeveer 2u te vroeg aangekomen, en mochten meteen 2u aan hun palmboom-vormig zwembad liggen onder een stralend zonnetje met de nodige afkoelings-duik om de 10 minuten. Aaaaaahh ! ’s Middags kregen we dan een voorsmaakje van het heerlijke eten dat ons de volgende dagen te wachten stond: een slaatje met mozzarella (joepie, groentjes en geen ziekenhuis-‘arroz con pollo’ !!).
In de namiddag startte onze jungle-verkenning met een paardrijdtocht tussen de bomen en struiken. Wie zich bij dit zoiets voorstelt als 3 sjokkende pony’s achter elkaar over een paadje, heeft het flink mis. Het ging geweldig op en neer (stijgingspercentages die in de Tour de France niet voorkomen, denk ik), de paardjes zakten tot halfweg hun benen in de modder, en er werd van tijd es gesprongen en gebokt om een moeilijk stukje te overbruggen. Daarnaast hadden de paardjes een voorliefde om ‘de boskes’ boven het pad te verkiezen, daarbij wel eens vergetend dat onze benen breder kwamen dan hun flanken, en onze hoofden hoger dan hun rug. Soit, met de nodige schrammen en builen kwamen we terug aan bij ons palmboomvormige zwembad. De jungle, daar moet je iets voor over hebben, eh. 😉

Dag 2 stond er een uitstap naar een stam uit het amazonewoud gepland. Geen water, elektriciteit of stevige huizen, enkel bereikbaar met kano (‘kanó’ volgens Evelien), maar toch leven ze evengoed hun leven op deze aardbol, niet zo ver verwijderd van de ‘beschaafde’ wereld. Ze staan op wanneer de haan kraait, zoeken goud aan de rand van de rivier, vissen, of doen huishoudelijke taken, en gaan slapen als het donker wordt. Evelien proefde er ‘chicha’, een drankje dat gemaakt wordt van maniok. Men kauwt eerst de maniok, spuwt die dan uit in een kom en maakt er een brouwsel van dat enkele dagen moet blijven staan. Hoe langer het blijft staan, hoe hoger de alcoholgraad nadien. Het is een drankje dat iedereen die op bezoek komt aangeboden krijgt, dat zelfs de kindjes daar drinken. En wanneer het heel warm is, drinken de mannen hele dagen ‘chicha’ om uiteindelijk zo zat te zijn dat ze de warmte niet meer voelen. 🙂 Enfin, daar heeft Evelien dus van geproefd, eh. :p
Na het middageten in een lokaal restaurantje (arroz con pollo, wat had je gedacht ?), trokken we met de kanó deze keer stroomopwaarts om naar de lokale zoo te gaan. 🙂 Het kind in mij kwam helemaal boven. Het niet-wenende kind dan, want zo liepen er daar ook rond. En na 5 weken Roberto Gilbert hadden we toch wel even genoeg van ‘bleitende kinders’. Het was een soort van project waarbij vrijwilligers dieren die in de jungle thuishoren maar als huisdier waren aangetroffen, verzorgden en rondleidingen gaven aan bezoekers. Wij kregen de rondleiding van een recent-gearriveerde Duitse. Dat ‘recent-gearriveerd’ gokten wij, want we herkenden het gesukkel met de Spaanse taal. 🙂
Nadien gingen wij in het tropische weertje dat het toen was nog wat aan ‘jungle hiking’ gaan doen met onze persoonlijke gids Octavio. Het ‘tropische weertje’ sloeg op zo’n 33°C bij stralende zon, waar we op het internet-weerbericht bij vonden: ‘feels like: 48°C’. Nja, zat er niet ver naast, denk ik. Tijdens het tripje kwam onze Cotopaxi-training weer flink van pas, maar ondertussen zijn we echte berggeiten en lieten de gids zelfs niet de kans om vooraan te lopen. 😉
Terug aankomen in Hakuna Matata stond ons – na een verfrissende duik in het zwembad – nog een verrassing te wachten: het avondeten bestond uit biefstuk-friet ! Het avondmaal waar we al 3 maanden over aan het dromen waren, werd een weekje vroeger als een vervulde wens op ons bord gebracht. Op de vraag ‘Más papas fritas ?’ antwoordden wij dan ook 2 keer ‘Claro, somos belgas !’ 🙂 . (‘Meer frietjes ?’ ‘Tuurlijk, wij zijn Belgen.’)

Dag 3 was de avontuurlijkste dag: we gingen raften op de Napo-rivier. Aangezien het heel mooi weer was (weeral, we hadden echt geluk. We zien ondertussen dus ook ‘pokkebruin’ :p.) en er al een tijdje een watertekort in Ecuador heerst, stond de rivier vrij laag. Wat dus ook inhoudt dat er meer rotsen boven water staken. 😉 Met 4 meisjes in het bootje (‘amaai, jullie gaan mogen peddelen’) vertrokken we voor een dagje. Bij de ‘training’ van de commando’s werden we allemaal al eens in het water gegooid. De eerste serieuze golf was er al voor Evelien en ik goed en wel schrap zaten. Meteen konden de reddingstechnieken geoefend worden. Evelien vloog als eerste uit de boot en kwam meteen al op 15m van de boot pas boven water. Ik vloog er enkele seconden later uit, kwam ook onder de boot terecht, maar wist mij nog aan de kant vast te grijpen. Snel werd ik terug aan boord gehesen en zetten we de achtervolging op Evelien in, die in een rustiger stuk dobberend op ons aan het wachten was. De keren dat we nadien in het water belandden, waren vrijwillig van ofwel onze ofwel iemand anders kant. 😉 Want het weer was ernaar om meer in het water dan in de boot te zitten. (Welkom, parasietjes ! Dat is weer een paar dagen operatiekwartier minder als we daar ziek van worden, eh. ;-)) Het drijven in de Napo-rivier ontlokte Evelien trouwens weer de gevleugelde Nederlandse (?) woorden: ‘Echt elegant kunt ge wel niet zwemmen met zo’n lijfvest, zenne.’ (Ik had jullie al gewaarschuwd, eh. :-))

 Ons laatste dagje was een relax-dagje aan het zwembad, in de hangmat en op het privé-strandje aan de rivier. De ideale afsluiter om toch wel te beseffen dat Ecuador er bijna opzit. We werden er bijna weemoedig van. Vandaag staat de kuis- en inpak-dag op het programma, en ’s avonds ons afscheidsfeestje. Vrijdag vertrekken we dan naar het koude België, alwaar wij zaterdag den negenden januari omstreeksch kwart na 2 zullen landen. *tromgeroffel* Wij verwachten een uitgebreid ontvangstcommité met een fanfare’ke van een man of 50 ofzo … Het is ons zelfs ter ore gekomen dat het wel eens zou kunnen sneeuwen op zaterdag (joepie, sneeuwballengevecht !!), dus gelieve allemaal een zakje zout mee te brengen zodat wij toch tenminste kunnen landen. Dank u !!

Veel blabla, weinig…

•29/12/2009 • 2 reacties

Aan iedereen die dit leest, proficiat ! Aan iedereen die dit niet leest, ook proficiat (ook al zullen die dat nooit weten). Het is weer even geleden dat ik nog iets geschreven heb, maar het is dan ook “druk” geweest de laatste weken. Het eerste weekend na de Galápagos hadden we al wat last van strand-heimwee en dus trokken we naar het dichtstbijzijnde strand Playas (originele naam eh) . Voor de rest was daar eigenlijk niks te doen, dus werd het gewoon een lui-lekker weekend.

De donderdag daarop was het dan eindelijk zover; de papa kwam. Het wachten op het vliegveld duurde uren maar uiteindelijk kwam daar dan toch een wittekopje tevoorschijn tussen al die bruine mensen. De dag erna sloot ik ons papa op terwijl wij gingen werken (man dat waren 8 lange uren) en ’s avonds vlogen we met z’n allen richting Quito (Jolein, Ruth, papito en ik). We hadden het ergens in onze kop gehaald om de Cotopaxi te proberen beklimmen. We gingen in minder dan 24u tijd naar een hoogteverschil van 4800m en een temperatuurverschil van 30 graden en dat hebben sommigen onder ons geweten. Bij mij bleef het beperkt tot hoofdpijn en wat sneller buiten adem, maar bij de ander waren er toch wat etensresten die de weg naar beneden niet meer wisten. De gids was niet zo onder de indruk en vond dus dat het beter was om terug te zakken. Maar we waren nu al zover gekomen en gaven ons niet zo snel gewonnen. We besloten om wat oefeningen op de berg een kans te geven. Dan hadden we toch al eens met krampons en trouwen gelopen. Blijkbaar heeft dat de gids overtuigd, want ineens besloot hij dat we die nacht toch mochten proberen te top te bereiken (die man had echt rare hersenkronkles). Dus wij om 19u ons bed in en er om 23u al terug uit! We vertrokken samen met nog wat tientallen mensen, wat zorgde voor een mooie lichtstoet op de berg. Ons tempo was niet echt super, en het weer ook al niet, dus het was al snel duidelijk dat de top geen optie was, maar we zouden zover gaan als we konden. Na een tijdje bonden we de krampons en touwen aan en gingen stapje per stapje verder. Bij elke stap die ik zette voelde ik mijn maag meer en meer, dus besloot ik op 5200m terug te keren naar beneden voor ik helemaal hoogteziek werd. De papa en Jolein gingen met mij meegaan en maar goed ook blijkt. Hoogteziekte is toch maar een raar beesje. In een mum van tijd was ik helemaal van de wereld. Heel de tocht naar beneden heb ik beleefd in een waas. Ik wist gewoon dat als het touw dat aan buik hing opspande ik moest stappen. Terug in de refuge werd het pas echt duidelijk hoe ver ik zat. Ik wist niet meer waar ik was, of wat ik daar deed, en hoe mijn jas zo vuil was geworden was voor mij ook een groot mysterie (blijkbaar was ik daar m’n evenwicht terug even kwijt gespeeld ;)) Maar goed dus dat ik nog vasthing aan de papa en Jolein. Hoe het Ruth verder verging op de berg kun je bij haar lezen, maar niemand bereikte dat weekend de top 😦

Zondagavond vlogen Ruth en ik terug naar Guayaquil, want er moest gewerkt worden en ondertussen ging ons papa met mijn bestelling in de hand met Jolein naar Otavalo, een bergdorpje met een markt vol typische souvenirs van hier. Hij ging normaal de dagen erna de Chimborazo doen, maar omdat de omstandigheden daar slecht waren (er was blijkbaar juist iemand op gestorven) waagde hij nog een poging op de Cotopaxi. Tevergeefs, ziekte, jetlag,…het zat allemaal niet mee. Tegen donderdagavond vloog de papa ook terug naar Guayaquil. Vrijdagavond gingen we wat kerstshoppen in de mall en dan wat eten op een terrasje. Zaterdag toonden we hem de mooie (veilige en toeristische dus) plekken vant stad. We bezochten nog maar eens de Malecon en Las Penas en moesten uiteindelijk voor onze eerste Ecuadoraanse regenbui schuilen in de Mercado Artesanal., waar er weer duchtig souvenirs werden gekocht 🙂

Vorige week hadden Ruth en ik ook een missie, we zouden graag nog eens naar de jungle gaan, maar hebben eigenlijk geen vakantie meer. Dus trokken we onze stoute schoenen aan en gingen naar de “Jefe de Docencia” om te vragen om de laatste drie dagen onze studienamiddagen op te nemen, en eventueel het weekend in de plaats te werken. Hij zou het voorleggen aan de director. Na enkele keren teruggaan kregen we dan toch uiteindelijk een ja. Dus deze vrijdag is het zover! We vliegen weer eens richting Quito om dan de bus te pakken richting 5 dagen junglepret in de Hakuna Matata Lodge! En aangezien we zelfs niet in het weekend moesten werken om te compenseren (toch zalig zo kunnen onderhandelen over u werk ;)) besloten we onze tropische Kerst af te maken en nog een laatste keer richting strand te gaan, meer bepaald richting combinatie strand-fiesta in Montanita. Deze keer was het wel “the improved” versie: meer zon, minder regen, meer feest, meer zwemmen en vooral minder overval 🙂

Voor ons zit het er dus bijna op. Na de jungletrip zal het nog een dagje kuisen, inpakken en laatste-souvenirtjes-kopen worden om dan terug richting ons koud landje te keren. Het zal snel gaan. Dus het enigste wat ik nog kan zeggen is: geniet van de feesten en tot in 2010!

Kerst op het strand

•29/12/2009 • 1 reactie

Maandag 28 december

Al even geleden dat er nog nieuws uit het hete Guayaquil richting België vloog (opgehouden door sneeuwstormen enzo waarschijnlijk), dus we zullen eens een poging doen om daar verandering in te brengen.

Het weekend na ons Cotopaxi-avontuur was Evelien haar papa nog even op bezoek in onze Ecuadoriaanse thuishaven. We besloten hem alle mooie plekjes van Guayaquil te tonen, en waren bijgevolg op enkele uren klaar. 😉 De Malecón nog eens afgewandeld, voor de 3e keer Las Peñas op, onze eerste Guayaquileense regenbui gezien (maar gelukkig net niet gevoeld) en de lokale ‘mercado artisanal’ hebben zowat alles hier samengevat. ’s Avonds werden we getrakteerd (dank u, Wilfried), en de volgende dag moest er al vroeg een vliegtuig gehaald worden.
Aangezien we de zondag toch vroeg uit ons bedje waren, besloten we er een luilekkerdagje van te maken met nog een zwempartij in de namiddag. (We waren al bijna de weg naar het zwembad vergeten. Sinds we in Roberto Gilbert werken zijn de zwembaduitstapjes moeilijker te plannen geworden.)

Tussen de weekends door kabbelt ons leventje in het kinderziekenhuis verder. Ik heb er nu 2 weekjes CIP (‘cuidados intermedios pediátricos’ ofte mediumcare voor alles tussen 3 maand en 18 jaar) op zitten. De zaalrondes ’s ochtends zijn reuze-interessant (de pathologie die je hier op 1 dag ziet, zie je op 6 weken in België nog niet: decompenserende tetralogie van Fallot, necrotiserende enterocolitis gecompliceerd door een metabole stoornis, granulomateuze meningoencephalitis van mysterieuze oorsprong en ga zo maar door), maar de namiddagen zijn telkens aftellen naar 4u. ‘Kan ik iets doen ?’, waarop de dokter es rondkijkt, zucht, en zegt: ‘nee, eigenlijk niet’. Na een paar keer vraag je het ook niet meer, want de zucht wordt alleen maar dieper … Ik hou me dan maar stil door me nog eens terug in mijn cursus pediatrie te verdiepen. 😉

Wat wel goed nieuws is: mijn laatste rotatie (spoed) zal maar 4 dagen meer duren ! Volgende vrijdag is het Nieuwjaar, en Evelien en ik hebben onze moed en ons beste Spaans bijeengeraapt om aan de grote chef toestemming te vragen de laatste 3 dagen onze ‘wetenschapsnamiddagen’ op te nemen om een reisje naar de jungle te maken. Na veel heen-en-weer-geloop kregen we een verlossende ‘ja’ als antwoord. Dus aapjes, watervallen, palmbomen en lianen: here we come !

Donderdag was het dan kerstavond. We waren uitgenodigd bij Martha, Jolein en Martine voor een Belgisch-Ecuadoriaans etentje. Kerstavond bij 35°C (’t was een superhete dag) is eens iets anders, maar denk niet dat ze hier niet dezelfde boom-, lichtjes- en pakjestradities hebben. Iedereen loopt in deze tijd van het jaar en met deze hitte zelfs met een kerstmuts rond … 😉
Kerstdag dan besloten we op het strand door te brengen. Dus gingen we nog een keertje naar Montañita (deze keer wel bij een stralend zonnetje) voor een culinair -, chill- en feestweekendje.

Gezien de tijd van het jaar zal ik maar braaf iedereen zalige feestdagen wensen, of succesvolle blokdagen (schrappen wat niet past, keuze heb je hier niet in, denk ik). De onnozele kinderen wens ik vandaag een gelukkige feestdag, de Sylvesters moeten nog enkele daagjes wachten. Als internet een beetje meezit, doen we vanavond nog een poging om deel 2 van de foto’s van de Galápagos online te zetten, samen met (zoals beloofd) wat foto’s van onze laatste nacht in Sotomayor.

Het Cotopaxi-avontuur

•15/12/2009 • 4 reacties

Maandag 14 december

Donderdag was het zover: de start van ons grote Cotopaxi-avontuur. Ik heb naar Mira haar wijze woorden geluisterd: ‘ik moet dringend ergens een berg gaan beklimmen’, en bij deze was de nabijheid van zowel de hoogste actieve vulkaan ter wereld als Evelien haar papa, alias berggeit, dé kans om dat eens te verwezenlijken.

Misschien een beetje achtergrondinformatie. De Cotopaxi is niet de hoogste berg van Ecuador (dat is de Chimborazo), maar wel zoals gezegd de hoogste actieve vulkaan ter wereld. En met zijn 5987m is hij ook een pak hoger dan de bergjes die je in Europa aantreft. Er ligt eeuwige sneeuw vanaf ongeveer 4800m, en daar ligt ook de laatste berghut van waaruit je de (technisch behoorlijk moeilijke) trip begint.

Dus, donderdag. Evelien haar papa was (samen met de sint :-)) woensdagavond uit het koude Belgenlandje aangekomen. Terwijl wij de donderdag nog braaf gingen werken, kon hij nog wat jetlag wegslapen. ’s Avonds vertrokken we dan naar Quito (kwestie van nog een nacht op tussenhoogte te slapen), om vrijdag opgehaald te worden door onze berggids, Ivo. Meteen werd Evelien haar papa met de Ecuadoriaanse realiteit geconfronteerd: ook al was alles ‘geregeld’ op voorhand, toch kwam Ivo uit de lucht gevallen dat wij nog hopen materiaal nodig hadden (wij gingen 3 maand leven op de evenaar, dan denk je niet direct aan kledij en dergelijke voor de vrieskou). In de haast werden er nog op 3 verschillende plaatsen schoenen, piquetten, krampons, harnassen, warme slaapzakken en dergelijke bijeen gezocht, en konden we vertrekken richting 4500m. Daar werd de auto achtergelaten, en met zware rugzak (kledij, klimuitrusting en eten) moesten we de laatste 300m tot de hut klimmen. 300m klimmen lijkt een makkie, maar met zo’n gewicht aan je rug en een pak minder zuurstof in de lucht, was dat geen evidentie. In de hut aangekomen moest ik (en ik niet alleen) toch eens flink naar adem snakken. En voor de mensen die zitten te bevriezen in ons thuisland: op 4800m is het ook behoorlijk koud, en daar was geen verwarming aanwezig. 😉

’s Avonds maakte onze gids dan een echte Ecuadoriaanse ‘sopa’ voor ons (we hadden geluk, het was een goede kok), maar de miserie was toen al begonnen. Niemand had honger, en de meeste waren zelfs behoorlijk misselijk. Daarnaast stond mijn hoofd zowat op springen, zo erg dat heel mijn coördinatiecentrum leek uit te vallen en ik niet meer wist wat boven en onder was. Ja, de beruchte hoogteziekte had toegeslagen, aangezien wij op minder dan 24u van zeeniveau (Guayaquil) naar 4800m waren gestegen. En ik moet zeggen dat het erger voelt dan dat het klinkt in de boekjes.
Ivo verzekerde ons dat het de volgende dag wel beter ging zijn, dus kropen wij maar vroeg in ons bed (ach, matje op een plank is een betere omschrijving) in de hoop dat het de nacht raad zou brengen. Alleen is slapen op zo’n hoogte ook al niet evident, en in plaats van beter, was het de volgende dag bij zowel Jolein als ik zo mogelijk nóg erger. De 2 happen brood en 3 lepels soep die ik de vorige avond naar binnen had gewrongen, lagen snel op de vloer van de berghut, en de gids besloot dat we de tocht niet zouden mogen beginnen.
Verslagenheid alom, want niet boven geraken was één ding, het niet mogen proberen een ander. Het voorstel was om met mij zo snel mogelijk terug te dalen (hoogteziekte zou dan spectaculair beteren), en dat enkel Evelien haar papa de tocht zou mogen beginnen. Maar zoals gezegd is een berg beklimmen 50% doorzettingsvermogen. We waren nu zo ver, en wilden minstens de klimoefeningen proberen die die dag op het programma stonden. Met wat meer zuurstof in ons hoofd door de inspanningen, bleek ’s avonds het ergste leed geleden, en de gids toch overtuigd. We kregen uiteindelijk groen licht om die nacht naar toch de top te vertrekken. (al een overwinning op zich :-))

De nacht van zaterdag op zondag werden we dan om 23u30 gewekt, en na een (voor ons toch nog steeds miniem) ‘ontbijt’ en ons in ons harnas en andere klimuitrusting gehesen te hebben, waren we klaar voor de tocht. Met een lampje op ons hoofd (want ja, ’t is donker midden in de nacht, eh. Maar de sneeuwomstandigheden zijn dan beter om te klimmen.) gingen we in stoet de berg op. (het was druk die nacht op de berg, allemaal lichtjes op weg naar de top) Na 200m klimmen kwamen we in de sneeuw in plaats van grind terecht, werden de krampons tevoorschijn getoverd en werd een touw tussen ons ingespannen. Iemand stiekem van de berg duwen lukte vanaf dan dus niet meer. 😉
Om 4u en op 5150 m hadden we de start van de gletsjer bereikt, was iedereen bedekt door een laag ijs en schoot de hoogteziekte in Evelien (die zich bij haar tot nu toe behoorlijk rustig had gehouden) wakker. Zij moest dus terug naar beneden. Aangezien we vrij traag gestart waren, en dus waarschijnlijk toch niet genoeg tijd hadden om nog op de top te geraken, besloot Jolein uit voorzorg (ze voelde zich ook niet meer op-en-top) Evelien en haar papa naar beneden te vergezellen.

Ik bleef over met Ivo, om te zien hoe ver ik nog zou geraken. Hij schakelde een versnellingske hoger, en in de losse sneeuw werd het pas echt zwaar. De helling was enorm stijl, en bij elke stap die ik zette, schoof ik bijna evenveel centimeters terug naar beneden. Er is op die hoogte maar iets van een 50% zuurstof meer in de lucht, dus je moet het met de helft zien te rooien. Het weer was ook niet ideaal. Veel mist, heel koud en véél wind, waardoor het nóg lastiger werd om je recht te houden op de berg. We kwamen ondertussen al enkele groepen tegen die ook al besloten hadden terug te keren. (er moeten die nacht niet zoveel mensen de top bereikt hebben, ondanks het feit dat er veel vertrokken waren.) Op dat moment hoor je enkel nog je eigen ademhaling, en kan je enkel denken: nog een stapje. Elk stapje geef je een reden, elk stapje brengt je dichter bij die top.
Om 6u, op 5600m, terwijl ik voor een 4e keer aan het sterven was, de zon tussen de mist opkwam en met de het laatste zware stuk voor de top in zicht, besloten Ivo en ik om er ook een punt achter te zetten. Er restte ons, ondanks het hoger tempo, toch niet genoeg tijd om de top nog te halen, en er zat echt niks van kracht meer in mijn benen. Daarnaast moest ik ook nog heelhuids beneden geraken (wat nog zwaarder was dan verwacht), dus na een korte pauze waarin hij me verplichtte wat te eten, begon ik ook aan de afdaling. Ik was stikkapot, maar het was er wel adembenemend mooi.

Toen ik om 7u30 terug in de hut aankwam, lagen de andere 3 al even in hun slaapzak in een poging het warm te krijgen. (Ook al wist Evelien niet precies meer hoe ze daar geraakt was). We besloten dan maar snel op te ruimen en de tocht naar beneden aan te vatten. Die 300m dalen tot de auto waren nog een extra nachtmerrie waar ik niet echt op gerekend had. Maar soit, we zijn toch terug in de auto geraakt en tot Quito, waar we ons eindelijk eens deftig konden douchen en andere kleren konden aandoen (denk maar niet dat je je omkleedt als het onder 0°C is), terwijl ik nog eens uitdrukkelijk kennis nam van alle spieren aanwezig in mijn lichaam … 😉

Om 22u30, terug in Guayaquil en 23u wakker, kroop ik eindelijk in mijn bedje. De top hebben we niet bereikt (we proberen later de Mont Blanc nog wel es, die is minder hoog ;-)), maar die berg heb ik dan toch beklommen (volgens Ivo was het al knap om als beginneling tot 5600m te geraken) en het was een unieke ervaring.

vriendjes met de zeeleeuwen

•08/12/2009 • 1 reactie

Maandag 7 december

Met bloed, zweet en tranen dan toch een verslagje (allez, ‘-je’. Voor diegenen die het niet overzien om het in één keer te lezen: ik heb het per dag opgedeeld, dus je kan elke avond voor het slapengaan een stukje lezen. ;-)) van onze vakantieweek aan de andere kant van de wereld. En wat voor een vakantieweek ! Wat anders waarschijnlijk eeuwig een droom zou gebleven zijn, werd dankzij onze 3 maanden hier werkelijkheid: we gingen de Galápagos bezoeken, het enige stukje wereld waar de beestjes géén schrik hebben van mensen … En ja, zoals ook zovele Ecuadorianen ons al meedeelden: de Galápagos-eilanden zijn duur (naar Ecuadoriaanse normen toch), maar als je al in het juiste land geraakt, moet je die kans toch grijpen, niet ? Om de kosten een beetje te drukken gingen wij niet – zoals ongeveer elke toerist daar – op cruise, maar we kozen ervoor om (mede ook omdat Evelien ‘niet aan boten doet’) een stekje op het land te zoeken en van daaruit dan uitstappen te maken. Als we 65 zijn komen we wel eens terug om een luxe-cruise te maken. (deze afspraak is bij deze dan ook openbaar gemaakt. Er zijn nu getuigen van, dus nu moét je tegen je 65e je botenangst volledig overwonnen hebben, Evelien. :-))

Dag 1- zaterdag – Guayaquil / Puerto Ayora

Dag 1, dat betekent meestal de vertrekdag in normale mensentaal (maar ja, hoever zijn we nog normaal na al dat lariam-geslik ?). Margot werd ’s morgens vroeg uit haar bed gezet om Pieter en Kristin van de luchthaven af te halen, wij besloten ook uit onze nest te rollen toen zij al terug in ons huisje aankwamen (de vlucht was te vroeg aangekomen, stel u voor, in Ecuador !!). Dan deden we beroep op Taxi-Martha (ja, na ‘koken met Martha’ nu ‘taxi-Martha’. Martha is duidelijk multifunctioneel. :-)) om in stukjes in de luchthaven te geraken. Eens op de luchthaven zaten we meteen in het ‘toeristen-gevoel’, wat inhoudt: het kan altijd fouter. Ik had me bijna versproken tussen alle cruise-gangers daar. Er zat naast ons namelijk een ouder koppel met polo’ke met rechte kraag, petje, sjaaltje, … (het volledige beeld van de foute toerist zo ongeveer) Ik stond net op het punt daar iets over te zeggen – gewend zijnde dat ze ons hier toch niet verstaan -, toen daar ineens een vette ‘noooouuuuuw jaaaaaa’ van die kant kwam. Alaaaarm, Nederlanders gesignaleerd !! Daar ging onze flapuit-vakantie.

Op het vliegtuig dan werden we – zoals Evelien al vermeldde – meteen lekker decadent getrakteerd op een aardbei in chocolade en een glas fruitsap (ja, ook fruitsap in mijn geval.). De vlucht landde tijdig (wederom, we gaan hier nog verwend worden), maar Puerto Ayora bleek iets te ver te liggen om onze boot naar Isla Isabella ginds nog te halen. Dus zochten we ons trekrugzaktoeristgewijs (onthoud: het kan altijd fouter ;-)) een bed voor 1 nacht, en we kregen meteen een kamer voor 4 voor de prijs van 2. Reken daar mooie niet-bijpassende fluogroene lakens en dekens met paardenkoppen op, en de matrassen van iets mindere kwaliteit waren onmiddellijk vergeten in onze (al bijna sinterklaas-verwachtende) kinderoogjes.

Na wat rondstruinen om Puerto Ayora te verkennen, ontdekten we dus onze vriend-in-wording Hernán, waar we onze eerste Galápagos-pizza aten (pizza wordt hier blijkbaar een nieuwe rode draad in onze reizen ;-)). En we zullen het geweten hebben dat het Nederlanders-alarm was afgegaan, want ook onze 2 sympathieke Hollandse vrienden uit Quito hadden onze lucht geroken. Zo werd het dus een gezellige avond zonder al te veel Spaans gebabbel … (vakantie voor iets, eh !)

Dag 2 – zondag – Puerto Ayora / Puerto Villamil

Bioritme kenden wij niet meer na 6 weken ‘guardias’ in Sotomayor, dus eens uitslapen deed – ondanks de ‘ietwat’ mindere kwaliteit van de matrassen – heel hard deugd op onze eerste vakantiedag. Onze boot naar Isla Isabella vertrok pas om 14u, dus we hadden tijd genoeg om bij onze vriend Hernán een uitgebreide brunch te gaan zoeken. Het was namelijk zondag en middageten was net iéts te riskant met Evelien haar aangeboren voorliefde voor boottripjes. Maar het moet gezegd: ze heeft de 2 uur-durende trip dapper overleefd. Aangekomen in Puerto Villamil gingen we terug trekrugzaktoeristengewijs op zoek naar een plaatsje om te overnachten. Na onze onderhandeltechnieken nog eens met succes bovengehaald te hebben (ze moeten ons heel graag gewild hebben, want sinds wanneer kan je onderhandelen over de prijs van een kamer ?) slaagden we er deze keer in om een klein huisje voor (geloof het of niet) 5 personen te pakken te krijgen voor 25 dollar de nacht. Luxe alom !! Toegegeven, we hebben de bovenverdieping nooit echt van dichtbij bekeken…

Wederom gebruikten we onze avond om deze keer het nog kleinere Puerto Villamil te ontdekken. We zagen ergens een groot BBQ-festijn met een hoop locals en een homobarbecuechefkok met roze sletsen en rood-gelakte teennagels, en besloten – na overleg met onze darmflora – het erop te wagen. Amai, we hebben het ons niet beklaagd ! Het werd de eerste in een reeks van vele avonden ‘teveel gegeten’ … 🙂

Dag 3 – maandag – Puerto Villamil

Puerto Villamil is een idyllisch dorpje waar de straten nog uit zand bestaan (handig om op blote voeten rond te lopen, ik wil dat ook in België !) en blijkt volgens vele reisgidsen nog een van de meest idyllische stranden ter wereld te hebben. Dus dat waarheidsgehalte moesten wij dan (na nog eens wat langer geslapen te hebben – op een heel goede matras deze keer ;-)) eens gaan toetsen. En het moet gezegd, ondanks de wolken was het daar fantastisch. Je lijkt alleen te zitten op een groot, tropisch, strand (de aanwezigheid van een horde leguanen, ik-ben-bang-van-het-water-maar-leef-toch-aan-de-waterrand-vogels, pelikanen, krabben-die-altijd-snel-in-hun-holletje-kropen – wat Evelien plots de gevleugelde woorden ‘Al die platgekrapte trabben !’ ontlokte – en vele anderen niet meegerekend). En ook al konden we ze niet zien, de zon bleek toch aanweziger dan gedacht, zo bleek ’s avonds. Zelfs door 7 lagen wolken en een laag zonnecrème, werden we ‘las chicas rosadas’.

Dag 4 – dinsdag – Puerto Villamil/Volcán Sierra Negra

Isla Isabella is het grootste eiland van de Galápagos, maar heeft eigenlijk maar 1 bewoond dorpje en een hoop vulkanen. De Volcán Sierra Negra is de meest bezochte. En hoewel de meeste toeristen arme paardjes afjakkeren om hen boven te brengen, besloten wij al eens aan een Cotopaxi-training te beginnen, en hem dus te voet te bedwingen. Na een fel begin, wandelden we een mooie eind langs de rand van de krater. Boven aangekomen (vóór de paardjes, jihaa !), besloot onze gids om nog een wandelingetje in de blakende zon tot de vulkaan ‘Chico’ (vertaling: jongetje) te maken van ‘niet meer dan 1 km’. Afstanden inschatten was niet het sterkste punt van onze gids, maar het was wel de moeite. We hadden  uitzicht op een baai aan de andere kant van het eiland. Na nog een afdaling langs het minder mooie en vooral veel minder comfortabele paardenpad op het heetst van de dag in de volle zon (gezond, ja), stond onze teller uiteindelijk op meer dan 20 km, en bewogen wij ons voort als ‘ou meetjes’. Onze inspanningen werden ’s avonds gecompenseerd met een ijsje op de schommel op het strand (ik heb nooit ontkend dat er nog steeds een kind in mij zit, en voor Evelien geldt dat blijkbaar ook :-)) en een zeer mooie zonsondergang.

Dag 5 – woensdag – Puerto Villamil/Puerto Ayora

Gedaan met uitslapen vanaf nu. Onze boot terug richting Puerto Ayora op Isla Santa Cruz vertrok om 6u ’s morgens, en wij moesten daar ‘ou meetjes’-gewijs nog heenwandelen. Dat betekende dus opstaan met het cijfer 4 vooraan. Auwch !

Na het aanhoren van veel geleuter en gezaag van verwende toeristen op onze nog niet-wakkere maag (kruip dan op een luxe-cruise, eh !), geraakten we toch op een boot met een kapitein die een zeker piraten-gehalte had. 🙂 Wat begon als een pretparkattractie met veel kriebels in de buik omdat de boot altijd op-en-neer sprong op de golven, werd na een kwartier toch een lichte marteling. We waren blij wanneer we terug vaste grond onder onze voeten voelden. Ondanks het feit dat alle taxi-chauffeurs ons ginds naar de luchthaven wilden brengen, wilden wij nog lang niet naar huis, en vertrokken we richting B&B La Peregrina. Deze keer ‘maar’ een kamer van 3 (;-)), maar wel alle mogelijke luxe en – uiteraard in een bed and breakfast – elke dag een zalig ontbijt.

Na onze spullen daar gedropt te hebben, besloten we het Darwin-centrum eens te gaan bezoeken. Voor de totaal wereldvreemden onder jullie: de Galápagos-eilanden zijn onder andere zo bekend omdat Darwin hier onderzoek deed naar beestjes en een paar van zijn beroemde theorieën bedacht. En toevallig is het dit jaar ook nog eens het Darwin-jaar, als ik mij niet vergis. Soit, in dat centrum (dat blijkbaar opgericht/gefinancierd is door een Belg) wordt vooral aan schildpadden-kweek gedaan. Vele mini-schildpadjes en ook wel een hoop reuze-schildpadden, waarvan Lonesome George de bekendste is. Aangezien deze schildpadden geen vijanden hebben, hebben ze geen camouflage-technieken nodig, en doen ze bijgevolg niets anders dan eten en groeien. (dat eten hebben ze trouwens niet echt nodig. Deze beestjes kunnen 1 maand zonder water en 1 jaar zonder eten. Dat was ook de reden waarom ze zo geliefd waren bij piraten: ze namen ze mee op hun reizen als ‘vers vlees’ dat niet veel onderhoud aan boord nodig had.) Elk eiland heeft wel een lichtjes verschillende soort schildpad (telkens een beetje anders aangepast aan zijn omgeving) en George is de laatste van zijn soort op Isla Santa Cruz.

In de namiddag besloten we onze Cotopaxi-training verder te zetten en een bezoekje te brengen aan Tortuga-bay. Cotopaxi-training, omdat het strand enkel bereikbaar is via een pad dat 2,5 km lang is. Heen en terug en nog wat gewandel erheen en errond, zette onze teller toch weer mooi boven 5 km wandelen. Allez, ‘trekkebenen’ was in deze situatie meer het juiste woord. Maar aangezien doorzettingsvermogen 50% van onze Cotopaxi bepaalt, gingen we tot het bittere einde ! 😉
En het was de moeite. Als het strand van Puerto Villamil al idyllisch was, was dit zo mogelijk nog idyllischer. En nóg iets uitgestrekter wit strand met vele beestjes om je heen en een wilde zee met heerlijke hoge golven …

Dag 6 – donderdag – Isla Floreana

Wederom op tijd uit de veren, want vandaag stond er een uitstap naar Isla Floreana gepland. In een internationaal gezelschap (we hoorden Spaans, Frans, ons eigen Nederlands en een duister gewauwel dat we maar als Servisch hebben bestempeld ;-)) trokken naar het eiland met de kleinste populatie van de bewoonde Galápagos-eilanden. 120 mensen maar. Er blijkt ook maar 2 dagen per week water aanwezig te zijn, dus wie geeft de afwezigen ongelijk ? Het gebrek aan water resulteerde in het verzoek van de gids om allemaal nog eens op de boot naar het toilet te gaan. Er waren immers geen wc’s aan land. Een hele belevenis, hoor, op een kwartje van een vierkante meter heen-en-weer wiebelend naar het toilet gaan … :p

’s Ochtends trokken we berginwaarts om schildpadden en piratengrotten te bezoeken (wat het verband is tussen die 2, heb ik hierboven al uitgelegd). De lunch werd op de boot geserveerd (moeilijk hoor: eten met mes en vork en dan ook nog eens je drinken moeten vasthouden …), en de namiddag werd gevuld met 2 snorkeltripjes, na een half uurtje eten-laten-zakkende sight-seeing naar flamingo’s, blue footed boobies, tropische vogels en pinguïns (en voor de nieuwsgierigen onder jullie, de domme uitspraak die hier uit Evelien haar mond glipte ging zo: ‘Hmmm, pinguino, hoe heet dat nu weeral in het Nederlands ?’ :-)). Persoonlijk was het nadien mijn snorkeldoop, en het smaakte naar meer ! Onze wetsuit aankrijgen op de varende boot was een hele onderneming, maar wij waren al lang blij dat we zo snugger waren geweest er een te huren (het water was rond de 20 °C. Dus moeke, als jij het water in een binnenzwembad al koud vind … ;-)). De jump van de boot in het water was even op de tanden/het snorkelmondstuk bijten, maar nadien waren er alleen nog maar ‘ooooohs’ en ‘aaaaahs’ van toepassing: vissen in alle mogelijke kleuren en vormen, roggen, waterschildpadden, zeesterren, zeeleeuwen, … noem het maar op. En ze zwemmen allemaal op een aanraak-afstand (maar ‘kijken mag, aanraken niet’, uiteraard).

Dag 7 – vrijdag – Puerto Ayora/Los gemelos

Ook vrijdag weer tijdig uit ons bedje om in de voormiddag het water rondom Isla Santa Cruz te gaan bewonderen (of toch vooral de beestjes erin), genaamd ‘tour de bahia’. Normaal werd er wederom snorkelen voorzien, maar bleek dat we midden in een bejaardenbonduitstap terecht waren gekomen waar wij de enigen waren met snorkelgerief in de aanslag. Vandaar werd er maar 1 keer in het water gedoken (we vonden het vrij genant om die oude bomma’s een foto of 70 van leguanen en blue footed boobies te ontzeggen *zucht*), maar het was wel de moeite ! Zeeleeuwen die op 10 cm afstand met jou komen spelen, adembenemend ! Eenzelfde scenario (of toch nét iets minder dichtbij, vermoed ik) met haaien hebben we dankzij de bomma’s op de boot dus gemist.
In de namiddag gingen we nog eens landinwaarts om de volgende vulkaan te gaan bezoeken. (Ja, dat risico loop je natuurlijk als de eilanden zowat ontstaan zijn uit vulkaanuitbarstingen, niet ?) Totaal onverwacht kregen we daar een (knappe ;-)) privé-gids mee, die ons wat meer uitleg gaf over Los Gemelos (vertaling: de tweeling, dus eigenlijk 2 vulkanen bijeen), waarvan de kraters tot 400m diep zijn. Een paradijs voor de beestjes, want niemand anders kan daar in de buurt komen. (of misschien wel in de buurt, maar dan nadien toch niet meer weg. :-)) Nadien gingen we nog een ranch bezoeken waar we nog een hoop grote schildpadden te zien kregen, en een lavatunnel van 0,5 km lang. (De grotten van Han zijn indrukwekkender, maar dat hebben we maar niet gezegd, aangezien ze hier nogal trots zijn op hun lava-tunnel.)

’s Avond besloten we onze ‘decadente avond’ te houden. Ik had Evelien (een fervente kreeftliefhebster) beloofd dat we eens kreeft gingen eten. Als je op de Galápagos bent, waar ze – naast het toerisme – leven van de visvangst, moet je toch wel eens kreeft gegeten hebben, niet ? En ok, kreeft is hier nog steeds duurder dan de rest, maar kost niks in vergelijking met kreeft in ons Belgenlandje. Zo belandden we dus in een grill-restaurant (met trouwens weer een superschattige ober, ’t was de dag van de knappe mannen ;-)) waar we de kreeft voor onze ogen op de bbq zagen garen. En gesmaakt heeft het. (Al zal ik het lastig blijven hebben met beesten die mij nog aankijken op mijn bord, en waar je meer tijd insteekt om ze open te breken dan ze op te eten. Hier kregen we namelijk geen 3000 wapens zoals in België als je kreeft gaat eten. Mes en vork (en vingers in ons geval) moesten volstaan …) Onze decadente avond werd afgesloten met een cocktail/milkshake (rara, wie zou wat gekozen hebben ? :p) in café ‘The Rock’ (waar alles in het Engels was, maar ze toch geen Engels spraken …).

Dag 8 – zaterdag – Puerto Ayora

Normaal gezien stond er nog een uitstap naar Isla Bartolomé gepland, maar een kapotte boot gooide roet in het eten. Bij deze werden we dan wel gespaard van een 2e keer opstaan met een 4 vanvoor, maar toch jammer dat we dat gemist hebben. ’s Nachts had het – tot grote ergernis van Evelien – serieus geregend, en dat leidde ’s ochtends tot een zonnetje in het anders altijd lichtjes bewolkte Puerto Ayora (de vulkanen laten de wolken logischerwijs een beetje samentroepen aan de kust). Het was het begin van een zalig zonnige dag, en bij gebrek aan beter besloten we nog maar eens naar Tortuga bay te trekken om daar nog een beetje kleur voor vertrek op te doen. Het strand was trouwens bij dat weer meer dan een postkaart waard. Een luilekkerdagje, dat werd afgesloten bij onze superschattige ober (we konden hem niet missen) van het grillrestaurant, en nadien nog een dessertje bij onze goede vriend Hernán. Kwestie van onze vakantie te eindigen zoals ze begonnen was.

Dag 9 – zondag – Puerto Ayora/Guayaquil

Vandaag vertrekdag. Een beetje slechtgezind omdat het voorbij was, vertrokken we ruim op tijd naar de luchthaven (we kennen de Ecuadoriaanse gewoontes al wat), waardoor wij op ons dooie gemakje zaten tussen een hele hoop opgefokte toeristen. Ruim op tijd aangekomen in de luchthaven, besloten wij ons nog eventjes op een bankje te zetten. Onze vlucht vertrok pas tegen 11u, en de rij die aan het aanschuiven was, bleek nog voor de vlucht van 9u40 te zijn. Rond 9u40 kon de rij – zo dachten wij – toch niet meer voor de vlucht zijn van dat gelijknamige uur, dus gingen wij onze bagage afgeven. En ja, daar werden we nog eens geconfronteerd met de Ecuadoriaanse gewoontes. Bleek dat de vlucht van 11u niet bestond, dus werden we ook op de vlucht van 9u40 gezet. Wij spuuurten naar de enige boarding-gate die die schuur genaamd luchthaven daar rijk was, en bleken wij daar nog de eersten te zijn ook… Nu ja, onze vlucht vertrok zo ongeveer tegen 11u, dus eigenlijk zaten we gewoon juist. 🙂 En bij deze waren we ook terug voorbereid voor de volgende 6 weken in Guayaquil (dat volgens de nieuwsberichten elke week onveiliger wordt…).

Bij de weg, voor de meer visueel ingestelde personen onder jullie: de eerste Galápagosfoto’s staan online !

Galápagos, jajajajaja!

•04/12/2009 • 3 reacties

Eerst en vooral wil ik jullie heel heel heel hard bedanken voor al de mooie cadeautjes en kaartjes!!!
De chocolade smaakt heerlijk, ik ben verslaafd aan de wafels en de marsepein, en de speculaas kon niet beter gemaakt zijn 😉 EN … ik kan weer foto’s nemen en ik kan er geen genoeg van krijgen!

We zijn terug van een superdeluxefantastischverbazendetotdeverbeeldingsprekende week Galapagos!
Na de aankomst van Pieter en Kristin, konden we op de goede zorgen van Martha rekenen om ons veilig naar de luchthaven te brengen.
We landden in Baltra, een schiereiland vlak bij Santa Cruz, waar we eerst op de bus, vervolgens op de ferry, en ten slotte op de taxi sprongen in de hoop onze boot in Puerto Ayora nog te halen. Maar tevergeefs…

Maar eens aangekomen in Puerto Ayora, begint voor ons een sprookjesverhaal. een waar paradijs!
De eerste dag bezochten we het Darwin center, met z’n reuzeschildpadden. Hier woont ook Lonesome George. Hij is de enige overblijvende reuzeschildpad in zijn soort, en bijgevolg krijgt de persoon die hem een vrouwtje vindt, 10.000 dollar 🙂
We laten onze gemiste boot niet aan ons hart komen en we trakteren onszelf op sushi bij kaarslicht aan zee, het was gewoon perfect, mmmm…!

De volgende dag leerden we bij toeval Omar kennen bij aankomst in Isabela, die ons drie dagen alle geheimen van het eiland leerde kennen. Mijn verbazing was groot toen we zagen dat er helemaal niet zoveel toeristen verblijven op de eilanden (de meesten maken een cruise). Dus geen bomma-uitstapjes met de bus en bijhorende toeristen-winkel, maar onze persoonlijke gids, blauwe plekken en puur natuur!

Het eiland Isabela telt 3000 inwoners, 1 dorp en 1 weg (naar de vulkaan). De straten van Puerto Villamil blijven in zand, omdat de bewoners het zo wensen.
We trokken naar de – nog steeds actieve – vulkaan Sierra Negra deels te paard, deels te voet. We vertrokken met ons paard in de mist, en kwamen boven de wolken uit langs de grote krater van de vulkaan. We trokken vervolgens te voet de natuur in (mijn plant- en dierkennis bereikt hoogtepunten deze dagen) en leerden het verschil tussen Aa en Pahoehoe lava. Dit is Hawaiiaans voor brokkelige lava (die pijn doet aan de voeten ‘a-a’) en ‘gladde’ lava. We kunnen nu het verschil herkennen tussen zwavel, ijzer, kobalt en andere elementen, hehe 🙂 Als we onze hand in de lava-gaten in de grond steken, voelden we de hitte van de vulkaan.
Op de top van Vulcano Chico aten we ons luchpakket op, met een prachtig zicht op Isabela.
Gezien Kristin heel snugger opmerkte dat lava meenemen naar huis ongeluk brengt, kon ze hem nog net op tijd terug aan de vulkaan schenken 🙂
Bij de afdaling besloot Pieter te voet te gaan, Kristin en ik namen het paard samen met onze cowboy en onze gids. Ik was het enige paard-groentje in de groep en heb meteen m’n doop gekregen. Het eerste paard zakte na vijf minuten door z’n voorpoten. We zetten onze tocht verder op een nieuw paard, in gallop langs de krater van de vulkaan (waaauw!). Maar beneden – met ons hoofd in de mist – schuift het volgende paard uit en vallen we beide op de grond. Onze gids doopt mij om van tomate in chocolate. Qua eerst paardrij-ervaring kon dat wel tellen 🙂

Dag twee begint met de nodige pijntjes maar Darwin gewijs trekken we verder op ontdekkingstocht. Onder een blauwe hemel bezoeken we Las Tortugas, een reeks kleine eilandjes voor de kust van Isabela. We vinden er haaien in de lagunes, zeehonden op het strand en leguanen verstopt onder de stenen.
Dus ja mama, dat waren haaien op de foto, maar nee ze zijn niet gevaarlijk! De dieren ginder hebben geen natuurlijke vijanden, zelfs de draken van leguanen vonden ons leuk 😉

De volgende dag wagen we ons in open zee, waar we roggen van 5 meter tegenkomen! We zwommen tussen de schildpadden en zeehonden. De pinguins (dit is de enige plaats ter wereld waar pinguins op de evenaar leven) waren zelfs geïnteresseerd in onze blanke gezichtjes 😉

Donderdag lassen we een welverdiende rustdag in, om van de mooie stranden in Puerto Villamil te genieten. We hebben een heerlijk strandhuisje op de kop getikt. ’s Morgens worden we wakker met het zand tussen onze tenen, voor ons huisje wonen enkele zeehonden, pinguins en albatrossen. We bestellen ons een lekkere cocktail, en leggen ons in het zonnetje neer tussen al dit moois, inclusief hangmat en palmboom 🙂
’s Avonds zijn we uitgenodigd om Thanksgiving on the beach te vieren bij een Amerikaans-Ecuadoriaanse familie. We hebben gegeten tot we er bijna bij neer vielen. De kalkoen kwam helemaal uit Quito, met appel pie en pumpkin was het feest compleet 😉 En dat allemaal met live-music, blijkbaar waren enkelen onder hen bekende Ecuadoriaanse artiesten.

Zaterdag keren we terug naar Guayaquil, waar we nog een namiddag op souvenier-jacht gaan, om af te sluiten met een reuzegrote TGI Friday’s schotel.
Met de nodige traantjes (nee, ik ga nooit een held worden in afscheid nemen) neem ik afscheid van m’n twee Belga’s. Gelukkig moest Martha binnen de vijf minuten de luchthaven weer buiten zijn want ze vertelde me achteraf dat ze zelf al moest slikken om niet met mij mee te doen 🙂
Martine en Jolein toverden echter snel weer een lach op mijn gezicht, want ze namen me mee naar een afscheidsfeestje van enkele assistenten van Sotomayor. Het was wel even verschieten om iedereen te herkennen zonder zijn mondmasker of muts op. Maar dansen kunnen ze!

Ik mis jullie, lieve mensen in België
Xx!